De Morgen (Belgium) Interview

Bart Holsters wrote the following article for De Morgen on August 20th; Laura Watkinson has kindly translated it from the Dutch here.

Neil Gaiman
American Gods
Oorspronkelijke titel: American Gods
Vertaald door Hugo en Nienke Kuipers
Luitingh-Sijthoff, Amsterdam,
524 p., 26,95 euro.

Coraline
Oorspronkelijke titel: Coraline
Vertaald door Henny van Gulik en
Ingrid Töth
Luitingh-Sijthoff, Amsterdam,
173 p., 21,95 euro.

Neil Gaiman over zijn schrijverschap

Wie American Gods heeft gelezen, weet dat Neil Gaiman een auteur is om in de gaten te houden. Zijn parcours is een illustratie van de evolutietheorie: hij is begonnen onderaan op de ladder als recensent, heeft in verscheidene genres zijn meesterschap bewezen en staat nu op de drempel van de doorbraak naar de mainstream. Er is dus nog hoop!

Neil Gaiman (1960), een Brit die al jaren in de Verenigde Staten woont, begon zijn carrière als journalist en recensent voor pikante Engelse bladen als Penthouse en Knave, werd daarna scenarist van het betere stripverhaal en kreeg met zijn Sandman-reeks een enorme cultaanhang in Amerika. Het was pas het begin. Hij publiceerde kinderboeken, schreef samen met Terry Pratchett een fantasyroman, maakte voor de Britse televisie de reeks Neverwhere (Niemandsland) een bevreemdend verhaal dat zich in een geheimzinnige wereld onder Londen afspeelt, schreef filmscenario’s en werkte tussen de bedrijven door aan zijn eerste grote roman.Sinds de publicatie en het internationale succes van American Gods heeft Gaiman niet stilgezeten: dit voorjaar verscheen Coraline, een beklemmend verhaal over een klein meisje dat een sinistere parallelle wereld binnenstapt en niet weet hoe ze terug moet geraken, terwijl in de Verenigde Staten net Wolves in the Wall is uitgekomen, opnieuw een kinderboek dat ook door volwassenen kan worden gesmaakt.

Alles wat Neil Gaiman aanraakt lijkt in goud te veranderen (we geven hem dus maar liever geen handje), maar hij blijft er heel nuchter bij. Wanneer recensenten Coraline met Alice in Wonderland vergelijken, neemt hij dat met een flinke korrel zout: “Het is natuurlijk vleiend, maar je kunt net zo goed appelen en peren vergelijken. Ik hou erg veel van Carroll, maar Alice is totaal anders dan Coraline. Alice is slechts een gids in de fantasiewereld van Lewis Carroll, ze doet niets en je komt ook heel weinig over haar te weten, terwijl Coraline een veel echter personage is.” Wat de boeken natuurlijk wel met elkaar gemeen hebben, is dat grote mensen ze met evenveel plezier kunnen lezen als kleine. Gaiman: “Voor volwassenen is Coraline een horrorverhaal. Ik heb gemerkt dat kinderen het veel minder griezelig vinden, omdat een aantal verwijzingen hun ontgaan. Maar ze vinden het wel spannend.”

Heeft een horrorboek voor jonge kinderen geen negatieve reacties losgemaakt in Amerika, waar sommige scholen en bibliotheken er vroeger niet voor terugschrokken om onder meer de Harry Potter-boeken op de verboden lijst te plaatsen? “Dat valt nog mee. Het succes van Harry Potter heeft veel veranderd.”

Hij legt uit dat Coraline een lange ontstaansgeschiedenis achter de rug heeft: hij begon het boek ergens in 1990 voor zijn eerste dochtertje, Holly, verhuisde toen naar de Verenigde Staten en vond geen tijd meer om te schrijven, zodat het manuscript zeven of acht jaar bleef liggen. “Toen kreeg ik een tweede dochter en dacht ik, als ik het nu niet doe, komt het er nooit meer van. Maar toen ik in 1991 of 1992 de eerste hoofdstukken aan mijn uitgever liet zien, zei die: dit is het beste wat je tot nu toe hebt geschreven, maar we kunnen het niet uitgeven, een boek voor volwassenen én voor kinderen, een griezelverhaal voor kinderen, dat koopt niemand. Ik ben ervan overtuigd dat hij op dat ogenblik in de tijd gelijk had. Maar dat was vóór Harry Potter. De mensen hebben begrepen dat dit soort boeken niet over zwarte kunsten gaat maar dat het metaforen zijn.”

Hij herhaalt het citaat van G.K. Chesterton waarmee Coraline wordt ingeleid: “‘Sprookjes zijn meer dan waar: niet omdat ze ons vertellen dat draken bestaan, maar omdat ze ons vertellen dat draken verslagen kunnen worden.’ Vroeger heb ik wel vijandige reacties gehad, met Sandman. Toen mijn uitgever een brief kreeg van de Bezorgde Moeders van Amerika, die beloofden dat ze een campagne zouden ontketenen tegen wat zij het geweld, de seks en de magie in die verhalen noemden, wisten we dat het een bestseller zou worden. (lacht) Maar het is waar, je hebt veel gekken in Amerika. Het is in heel wat opzichten een waanzinnig land.”Die waanzin komt ruimschoots aan bod in American Gods, een verrassende fantasythriller met in de hoofdrol een allegaartje van goden die ooit met de verschillende groepen immigranten uit alle hoeken van de wereld zijn meegekomen en nu stilaan vergeten geraken. Gaimans Amerikaanse goden zijn marginale figuren geworden: “Het is een metafoor voor de ervaring van de immigranten. Als je als Griek in Amsterdam komt wonen, wordt er niet van je verwacht dat je stopt met Griek zijn. Als je als Turk naar Londen verhuist, vraagt niemand dat je geen Turk meer zou zijn. Maar als je naar Amerika emigreert, wil je een Amerikaan worden en ben je bereid om je cultuur en je verleden af te staan. Vandaar die metafoor van de goden.”Zelf is hij ook een beetje een emigrant – hij woont al langer dan tien jaar in de States – en wordt nog altijd gefascineerd door “wat er in Amerika niet is en wat er is. Wat er niet is? Het beeld dat je als Europeaan meedraagt. Je denkt dat je Amerika kent, omdat je het zo vaak op de film en de televisie hebt gezien. Ik werd aangetrokken door heel die Amerikaanse mythologie – Amerika als een zwartwitfilm uit de jaren vijftig, maar ik ontdekte snel dat de mythologie flinterdun is. In ruil vind je dan weer een heel nieuwe dimensie, een land vol verrassingen, met plaatsen en met mensen die je nooit zou kunnen verzinnen.” American Gods was een schot in de roos. Het scoorde zowel bij de kritiek als bij het publiek en won niet één maar alle drie de Amerikaanse topprijzen voor sciencefiction, fantasy en horror: de Hugo Award, de Nebula Award en de Bram Stoker Award. Is hij nu de Koning van de Genres? “Wat betekent dat nog, een genre? Het onderscheid tussen genre en mainstream wordt steeds vager. Dat komt voor een stuk omdat de cultuur zelf veranderd is. Wij leven nu in de wereld van de sciencefictionverhalen van vroeger. Klonen, geheimzinnige epidemieën, terroristen die waanzinnige aanslagen plegen… de wereld is in een slechte Hollywood-film veranderd. Terroristen die lijnvliegtuigen kapen om ze op de Twin Towers en het Pentagon te laten neerstorten, dat is toch Schwarzenegger? De realiteit heeft de fantasie ingehaald en veel definities zijn irrelevant geworden. Je merkt trouwens dat moderne mainstream-schrijvers, mensen als Michael Chabon, zich door de genrefictie laten inspireren. Ze zijn nog geen genreschrijvers, maar wel genrelezers. En kun je omgekeerd iemand als Elmore Leonard nog een genreschrijver noemen? “Ik heb lang geleden een boek gelezen van een filmcriticus – ik ben haar naam even kwijt – die een heel interessante parallel trok tussen harde pornofilms en musicals. Ze zag er een identiek patroon in. In een musical dient de plot om de liedjes uit elkaar te houden. Je hebt verschillende soorten liedjes – dat van de jongen, van het meisje, het koor, de twee meisjes samen, noem maar op – en de plot moet zorgen dat ze niet allemaal tegelijk worden gezongen. Bij porno is het net hetzelfde: de plot moet de verschillende soorten seks uiteen houden. Toen ik dat las, bedacht ik dat je dezelfde redenering kunt gebruiken om te weten wat genrefictie is en wat niet. Ze toont je het verschil tussen een westernroman en een roman die zich in het oude Westen afspeelt: in de eerste dient de plot alleen om de vuurgevechten van elkaar te scheiden, in de tweede is er mis
schien niet eens een vuurgevecht. Of ze toont je het verschil tussen een spionageroman en een roman over spionnen… Dat lijkt me de beste manier om over genre en mainstream te denken.”

Maar het onderscheid blijft toch bestaan? “Het is vooral een handige manier geworden om in de boekwinkel te vinden wat je zoekt. Niemand zegt dat Coraline fantasy is, nee, het is een kinderboek. Maar ze bedoelen dan in feite dat je het in de kinderafdeling van de boekenwinkel vindt. American Gods staat nu bijna even vaak bij de literatuur als bij de sciencefiction en fantasy, zodat ik vermoed dat ik over een jaar tien zelf mainstream zal zijn.”Coraline bewijst eveneens de vervaging van de genres. Maar is voor kinderen schrijven toch niet iets anders dan voor volwassenen? “Het is moeilijker, omdat volwassenen een aantal conventies kennen die voor kinderen nog nieuw zijn. Elk woord moet tellen. En weet je, ook al heeft American Gods al die prijzen gewonnen, ik vermoed dat Coraline het zal overleven. Ik denk vaak aan A.A. Milne, de geestelijke vader van Winnie the Pooh. In de jaren twintig was hij adjunct-hoofdredacteur van het blad Punch en had hij enorm veel succes als toneelauteur. In één seizoen werden in het West End vijf stukken van hem tegelijk opgevoerd. Hij schreef tientallen boeken, hij was een gevierd auteur. Als iemand hem had verteld dat we hem vijftig jaar na zijn dood alleen maar om zijn kinderboekjes zouden kennen… Zo zie je maar hoe relatief het allemaal is.”